Culinair hoogstandje
Gisteravond hebben we na een laat diner nog lang door de stad geslenterd. Overal bruist het van leven, op de pleinen en in de smalle straatjes, er klinkt muziek, gelach en het geluid van klinkende glazen. De stad verrast me op een aangename manier. Ik had het rauwer en rumoeriger verwacht, al zijn de donkere kanten nooit ver weg, zoals in elke grote havenstad. En juist die grillige kanten kunnen wij waarderen. Dat contrast tussen de schoonheid van imposante gebouwen en de viezigheid van het afval of het voorbijrazende verkeer.
De belangrijkste bezienswaardigheden liggen op loopafstand van ons hotel en vandaag - het is immers zondag - gaan we naar de kerk. De imposante kathedraal is gebouwd op de restanten van zowel een oude moskee als een Byzantijnse kerk. Die rijke multiculturele geschiedenis van Sicilië is overal terug te vinden, van de bouwwerken tot de lokale keuken. Van streetfood tot luxe restaurants, pasta, pepertjes en couscous, het staat hier standaard op de menukaart.
In vrijwel elke oude stad, maar vooral hier geldt het credo: 'Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy', want daar, op de gevels van de gebouwen, zijn vaak de mooiste kunstwerken te zien in de vorm van zuilen, nisjes of macabere beelden. Die neiging van mij om gebiologeerd omhoog te kijken kan ook verkeerd uitpakken. Al slenterend door de schatkamer van de kathedraal, heb ik niet direct in de gaten dat de glasplaat waarop ik loop ineens overgaat in een trap. Ik mis een paar treden en het schiet even flink in mijn rug. Een beetje onnozel zeg ik; 'O, dat is zo'n systeem,' waarbij ik wijs op de trap.
De rest van de dag blijft Wim me daar bij elke trap aan herinneren: 'Schat, dit is weer zo'n systeem. Je moet daarbij je ene voet optillen en een trede lager of hoger plaatsen.' Het is een wonder dat ik die man nog niet heb neer geknuppeld.
Ondanks mijn ietwat zere rug krijgen we een paar uur om in de kathedraal, de schatkamer en de crypte. Intussen is het weer omgeslagen. De zon heeft plaatsgemaakt voor wolken en er valt af en toe een spatje regen, al is het met 22 graden nog steeds aangenaam. Na een korte siësta, zijn we weer toe aan wat happerigs en begeven ons naar wat het oudste restaurant van Palermo schijnt te zijn. Hier nemen we een luxe geserveerde versie van streetfood. Ik ga voor de bekende weg, iets met melanzane (aubergine) en Wim neemt een Foccacia Maritata. Ook dit zien we op vrijwel iedere menukaart terug, dus het zal een typisch gerecht van hier zijn.
Wim neemt een grote hap en daarna meteen een slok bier. Dat herhaalt zich een paar keer. 'Smaakt het?
´Mwah,` hij eet dapper door. Als hij zijn laatste hap met bier heeft weggespoeld zegt hij: 'Dat leek wel orgaanvlees.' Een snelle check op de menukaart en Google translate leert dat de ingrediënten milza é polmoni, milt en longen zijn. Mijn organen draaien al om bij het idee. Hij zegt slechts: 'Volgende keer de vertaler meteen erbij pakken. '
Uitbuiken doen we met een wandeling langs zee richting de botanische tuin. Dit gratis toegankelijke park is een beetje vergane glorie. Daarmee past het wel bij de rest van de stad, geen goed georganiseerde perkjes, maar een vrolijk, rommelig allegaartje. Het heeft wel een paar mooie eeuwenoude bomen met lianen, die de innerlijke Jane in mij boven halen.
Omdat het vandaag de eerste zondag van de maand is, zijn vrijwel alle musea gratis. Je bent een Hollander of je bent het niet, dus wij pikken nog even het museum voor moderne kunst mee, al is dat een beetje overkill na alles wat we al hebben gezien vandaag. Tijd dus voor het aperitief. Die cocktail van Amaro en Campari hakt er flink in. Een beetje wankel op onze benen en giechelend als een stel pubers zwabberen we terug naar ons hotel. En na het culinaire hoogstandje van vanmiddag volstaan we met wat borrelhapjes.
















Wij hebben zo eens in Orvieto, per ongeluk, pens weggekauwd .. 😵